Het vervangen van de remslangen en remleidingen

Zelf Remleidingen en Remslangen Vervangen: Een Complete Gids

Het remsysteem is een van de belangrijkste veiligheidsonderdelen van je auto. Na verloop van tijd kunnen remleidingen gaan roesten en kunnen rubberen remslangen droogtescheurtjes vertonen of poreus worden. Gelukkig kun je met wat technische kennis, het juiste gereedschap en geduld deze onderdelen prima zelf vervangen.

In deze gids leggen we uit hoe je veilig te werk gaat en waar je op moet letten.

Waarom en wanneer vervangen?

  • APK-afkeur: Beginnende roest op stalen remleidingen of zichtbare scheurtjes in de remslangen zijn veelvoorkomende redenen voor APK-afkeur.

  • Sponsachtig rempedaal: Poreuze remslangen kunnen uitzetten onder druk, wat zorgt voor een minder direct remgevoel.

  • Lekkage: Een lekkende remleiding zorgt voor drukverlies en leidt direct tot gevaarlijke situaties.

Benodigdheden voor de klus

Zorg dat je alle onderdelen en gereedschappen klaar hebt liggen voordat je begint:

  1. Nieuwe remleidingen of remslangen (op maat gemaakt of universeel met felsgereedschap)

  2. Verse remvloeistof (let op de juiste specificatie, bijv. DOT 4 of DOT 5.1)

  3. Remleidingsleutels (open ringsleutels om doordraaien van de nippels te voorkomen)

  4. Ontluchtingsset voor de remmen

  5. Kruipolie / Roestoplosser (voor vastgeroeste wartels)

  6. Opvangbak en poetsdoeken

Stappenplan: Remleidingen en -slangen Vervangen

1. Voorbereiding & Veiligheid

Zet de auto op een vlakke ondergrond, zet hem op de handrem en gebruik assteunen. Demonteer het wiel waar je gaat werken. Spuit de wartels van de remleidingen vooraf goed in met kruipolie om ze makkelijker los te krijgen.

2. Oude slangen/leidingen demonteren

Plaats een opvangbak onder het werkgebied. Draai de wartels van de remleiding voorzichtig los met een speciale remleidingsleutel. Vang de uitstromende remvloeistof op.

Tip: Voorkom dat de lak van je auto in aanraking komt met remvloeistof; dit spul tast de lak direct aan!

3. Nieuwe leidingen of slangen monteren

Plaats het nieuwe onderdeel op exact dezelfde wijze als het origineel. Draai de aansluitingen met de hand vast om te voorkomen dat je de schroefdraad beschadigt, en zet ze daarna vast met het juiste aanhaalmoment. Zorg dat de remslang niet getordeerd (gordeld) zit als de wielen recht staan.

4. Remsysteem ontluchten

Na het vervangen van onderdelen zit er lucht in het remsysteem. Vul het remvloeistofreservoir bij en ontlucht de remmen grondig per wiel (begin bij het wiel dat het verste afstaat van de hoofdremcilinder).

5. Controle & Testrit

Controleer alle aansluitingen op lekkages terwijl iemand het rempedaal stevig ingedrukt houdt. Voelt het pedaal hard en direct aan? Maak dan eerst een voorzichtige proefrit op lage snelheid om de werking te testen.